poëzie kinder-
boeken
vertalingen
Fragment Ridder Lot en ridder Lans

Els en Henk zijn in de woonkamer.
Henk zit op de grond.
Hij leest een boek over ridders.
Els zit aan tafel.
Ze maakt een tekening.
Henk loopt naar haar toe.

'Zus, hoe word je ridder?' vraagt Henk.
Els denkt na.
'Je moet een harnas hebben,' zegt ze.
'Je moet een paard hebben.
En je moet dapper zijn.'
'Ik begin met het harnas,' zegt Henk.

Henk pakt een stuk karton.
'Wat ga je doen, Henk?' vraagt Els.
'Ik ga een harnas maken,' zegt Henk.
'Dat kun jij toch nooit?' zegt Els.
'Dat gaat niet zomaar!'
Maar Henk gaat aan de slag.
Hij knipt stukken uit het karton.
De stukken verft hij wit.
Hij laat ze drogen.
Hij plakt ze aan elkaar.
Dan trekt hij het harnas aan.
Hij slaat op zijn borst.
'Kijk, Els, ik heb een harnas.'
Els zegt niets.
Ze staat op uit haar stoel.
Ze pakt karton.
Ze knipt, vouwt, verft en plakt.
Nu heeft ze haar eigen harnas.

'Goed,' zegt Els.
'We hebben een harnas.
Maar hoe komen we aan een paard?'
Henk kijkt om zich heen.
Nergens een paard!
Daar is Does.
Does ligt in zijn mand.
'Does is mijn paard,' zegt Henk.
'Does is toch geen paard,' zegt Els.
'Does is een hond.'
'Hij kan een paard worden,' zegt Henk.

Henk loopt naar Does toe.
Hij gaat op Does zitten.
Does gaat op twee poten staan.
Henk valt op de grond.
Hij wrijft over zijn schouder.
'Zie je wel!' zegt hij.
'Does steigert al.
Hij is al bijna paard.'
Henk pakt een touw.
'Dit is een de teugel.'
Hij doet de teugel in de bek van Does.
Henk gaat weer op Does zitten.
Does en Henk rijden de kamer rond.
'Ik ben ridder,' zegt Henk.
'Ik ben ridder Lans.'

Nu trekt Els haar harnas aan.
Het harnas is zwaar en rood.
Ze tilt het harnas over haar hoofd.
Els tikt ertegen.
Het ijzer zingt!
Els zet haar helm op.
'Nu ben ik ridder Lot,' zegt ze.
'Ridder Lot en ridder Lans,' zegt ridder Lans.
Kijk, ridder Lans heeft ook een helm.
Zijn helm glimt in het licht.
Hij zet de helm op.

'Het avontuur roept!' zegt ridder Lans.
'We gaan op pad.
Waar ga jij op zitten, ridder Lot?'
'Ook op Does,' zegt ridder Lot.
'Dat vindt hij vast goed.
Ik zit voor en jij zit achter.
Does was mijn hond.
En nu is hij mijn paard.'
Ridder Lans knikt.
Does steigert van blijdschap.
Does heeft zin in avontuur.